Smirnoff's Story

Call me crazy, maar ik geloof niet in toevalligheden! Ik ben er heilig van overtuigd dat dingen met een reden gebeuren en dat je, als je goed oplet en op je intuïtie vertrouwt, vanzelf de voor jou bestemde paden zal vinden.

Mijn hele leven heb ik al katten gehouden en van katten gehouden. Dus toen ik in 1983 ging samenwonen, werd ons prille gezinnetje direct uitgebreid met een drietal poezelige snorrepotten: Tipsy, een klein HTK meisje; Nicky, een halfpers mopje en Ashley, ons Perzisch Chinchilla dametje. In 1998 kwam Tommy, een Brits heertje erbij. Toen wij in de zomer van 2000 ons door het overlijden van Tipsy (1997) en Nicky (2000) tot twee poezen uitgedunde gezinnetje weer wilden uitbreiden, wilden we dat bij voorkeur met een halflanghaar katertje doen en het allerliefst van een groot, ruig soort. Van de Maine Coon hadden we nog nooit gehoord, maar door wat “toevallige” gebeurtenissen werden we op het bestaan van de Maine Coon gewezen.

Na wat speurwerk op het Internet waren we al snel heel wat wijzer en helemaal onder de indruk van deze mooie jongens. Dus Felikat gebeld en gevraagd hoe ik aan een Maine Coon katertje kon komen. Helaas bleek na een telefoongesprekje met de kittenbemiddeling van de rasclub al snel dat er op dat moment (toevallig?!) geen katertjes beschikbaar waren. Toch namen we het besluit om bij twee fokkers een kijkje te nemen en eens “live” kennis te maken met de Maine Coon. Bij ons eerste bezoekje werd Edwin verliefd op onze kleine Jay en bij de tweede fokker verloor ik mijn hart aan mijn knuffel Fébé. Dus in plaats van één katertje, hadden we opeens twee poesjes. En ik kon mijn geluk niet op!!!

Hoewel wij al jaren katten hadden, hebben we nooit het plan gehad om zelf ook te gaan fokken. Toch begon het steeds meer te kriebelen… Bovendien werden we er op een gegeven moment als het ware er naar toe geleid door allerlei “toevallige” gebeurtenissen. Eén van die toevalligheden leidde er toe dat we contact kregen met Gregor en Joyce Bekker van cattery Oakenshield’s. Nadat we hadden vastgesteld dat zij “goed volk” waren en zij tot dezelfde conclusie waren gekomen over ons, werden de Coon’s erbij betrokken. Gregor vond onze Fébé een mooie harmonieuze poes met goede “boning” en een mooie warm gekleurde vacht. En wij waren bijzonder verrukt van zijn 11 maanden oude Pink Floyd. Een grondige studie door Gregor wees uit dat ook de stambomen mooi bij elkaar pasten, dus was het alleen nog maar een kwestie van wachten tot Floyd oud genoeg zou zijn om te dekken.

Een paar maanden later was Floyd uitgegroeid tot een prachtige grote jongen, was Fébé goed krols en waren alle benodigde tests negatief uitgevallen. Eigenlijk was alles dus heel positief. Beide Coon’s konden het gearrangeerde huwelijk goed appreciëren, dus ook dat zat wel puik. Na negen heel spannende weken was het dan zover! Op 6 november 2002 beviel Fébé van twee kittens: een rood tabby poesje van 131 gram die we Chivaz genoemd hebben en een zwart tabby katertje met wit van 149 gram die de naam Smirnoff meekreeg. En trots dat we waren op ons prachtige kroost!!!

De eerste week ging alles geweldig! Fébé was erg zorgzaam voor haar kleintjes, ze groeiden heel voorspoedig en wij zaten nog steeds heel trots te wezen. En toen, op de ochtend van de tiende dag ging het mis: de twee dagen daarvoor was Smirnoff al niet aangekomen en die ochtend bleek hij zelfs te zijn afgevallen. Bovendien leek hij moeite te hebben met ademhalen. Daar ik die dag een belangrijke afspraak had waar ik niet gemakkelijk onderuit kon komen, bleef Edwin thuis om met Smirnoffje naar de dierenarts te gaan. ’s Middags kreeg ik een dringend berichtje dat ik naar huis moest bellen: Smirnoff had die ochtend steeds meer moeite gekregen met ademhalen en de dierenarts had geconstateerd dat ons schatje misvormd was. Volgens deze man was Smirnoff geboren met een misvormde, platte borstkas en was hier helemaal niets aan te doen. Wij moesten vooral niet verder “aanrommelen” en het diertje direct laten inslapen. Intussen kreeg hij (toevallig?!) een andere patiënt binnen voor een spoedoperatie en werd Edwin met Smirnoffje naar huis gestuurd met de mededeling dat hij later die dag terug moest komen voor een spuitje.

Tijdens mijn rit vanuit Den Haag terug naar Soest heb ik alle snelheidsbeperkingen ruimschoots overtreden (en dat met door mijn gehuil zeer beperkt zicht!). In een helder moment besloot ik Joyce te bellen en toevallig was zij thuis! Er volgde een stortvloed van adviezen: niet terug gaan naar die dierenarts, alle dierenartsen in de buurt bellen en vragen of ze ervaring hebben met “flatchested kittens” en in het archief van de RMC website het artikel van Marijke van Diepenbroek (CoonTime 4/1998) opzoeken. Bovendien beloofde zij mij bij andere fokkers te gaan informeren.

Vastbesloten en met iets meer hoop gingen we aan de slag. In Zeist vonden we een dierenarts die (weliswaar bij puppy’s) ervaring had met deze aandoening. Over de telefoon kon hij natuurlijk geen uitsluitsel geven, maar we mochten direct langskomen met beide kittens. Zowel Chivaz als Smirnoff werden grondig door hemzelf en een praktijkgenoot onderzocht. En toen kwam het verlossende woord: Smirnoff hoefde helemaal niet “uit zijn lijden geholpen” te worden! Het zou ons wel heel wat volharding en inspanning kosten, maar het kon helemaal goed komen! Hij legde ons uit dat de borstkas niet echt misvormd was maar dat die, waarschijnlijk door het gewicht van ons zware ventje, “ingezakt” was. Hij heeft beide kittens een shot anabole steroïde gegeven om de spieren te versterken en we kregen de opdracht om bij Smirnoff om de drie uur (dus ook ‘s nachts!!!) een kwartier lang druktherapie toe te passen: dat hield in dat we hem op schoot moesten nemen en tussen twee handen aan de zijkanten van zijn borstkas druk moesten uitoefenen. Na twee dagen konden we terugkomen voor controle.

Daar het ventje geen kracht meer had om zelf bij zijn moeder te drinken, werd hij door ons gevoerd: eerst zijn buikje vol en daarna, als hij wat slaperig was geworden, de druktherapie. Tot tien minuten ging het meestal wel goed, maar die laatste vijf minuten waren iedere keer weer een worstel- en gilpartij. Door merg en been gingen zijn protesten, vooral ’s nachts!!! Ik heb menig keer met hem meegehuild, maar we hielden vol. En met succes: bij de eerste controle constateerde de dierenarts al een vooruitgang! Op advies van Joyce hebben we de nestkist vol gelegd met sokkenbolletjes, zodat de kittens niet meer plat op hun buik konden liggen en zich goed moesten opdrukken om bij hun moeder te komen. Ook hebben we ze regelmatig over ons waterbed laten kruipen (door het waterbed moeten ze zich ook heel hoog optrekken willen ze vooruit komen, wat weer een hele goede, spierversterkende oefening is).

Beide kittens bleven om de drie dagen een controlebezoekje aan de dierenarts afleggen en hebben nog vier keer zo’n anabolenspuitje gehad . Als grap hebben we ze zelfs tijdelijk omgedoopt tot Conan en Red Sonya! Ze bleven met grote sprongen vooruit gaan en toen ze vijf weken oud werden heeft de dierenarts ze “genezen” verklaard!

Inmiddels is Smirnoff uitgegroeid tot een grote knuffelbeer van ruim acht kilo en heeft hij afgelopen maart in Houten zijn Premior titel behaald. Aan zijn borstkas is geheel niets vreemds meer te vinden. Ondanks dat onze dierenarts ons zei dat het naar grote waarschijnlijkheid geen genetische afwijking is geweest, hebben we hem toch op leeftijd van elf maanden laten castreren (better safe than sorry, nietwaar?).

Wat hij er aan over heeft gehouden:
- een erg lief en aanhankelijk karakter; hij vertrouwt ons volledig en onvoorwaardelijk;
- een grote weerstand tegen “vastgehouden worden” en
- een nog grotere voorliefde voor “het grote voetenspel” op ons waterbed!

Wat wij er aan overhielden:
- een band zoals ik die niet eerder met een dier gehad heb… maar ook:
- een flinke dosis realiteitszin: een nestje is niet altijd “all fun and games”!!!
- een flinke aderlating: hoewel geld nooit een rol heeft gespeeld als het op onze beesies aankwam, is het nu wel extra doorgedrongen dat als je dit soort onverwachte kosten niet kunt trekken, je misschien zo verstandig moet zijn geen huisdieren te nemen!

Ik heb er wel eens aan gedacht om met Smirnoff nog eens naar mijn oude dierenarts te gaan en hem te zeggen: “kijk, die was misvormd en er was helemaal niets meer aan te doen!”.
Maar ach, iedere keer als ik naar hem kijk of wij lekker met elkaar zitten te knuffelen heb ik toevallig alle genoegdoening die
ik maar kan wensen!