Kleine Houdini's en grote Conan's...

 

Deuren, fascinerende dingen zijn dat… Zeker als je er een kat aan toevoegt! Deuren en katten, daar kan ik heel wat over vertellen!

Zo hadden wij vroegen een cypers dametje genaamd Tipsy. Tipsy was ons “flessenweesje” dat wij op een goede dag van de straat geplukt hebben. Zij heeft haar hele leven lang een enorme angst gehouden voor alles wat zich buiten de voordeur afspeelde. Voor deze deur had ze dan ook heilig respect! Andere deuren in huis, tja… Dat is een compleet ander verhaal! Ik heb nog nooit zo’n Houdini als dit poesje meegemaakt!!!


Er was werkelijk geen deur die zij niet kon openen. Of de deurklink nou omhoog of omlaag gedraaid stond, of er nu een haakje of schuifje op de deur zat, of deze nu hoog of laag zaten, niets hielp! Ik heb haar wel eens op een naar beneden gerichte deurkruk zien springen om zo, het haakje wat boven aan de deur zat te kunnen openwippen!!! Ja, op slot draaien dat werkte natuurlijk wel, of in het hele huis ronde deurknoppen monteren, of een grendel met zo’n veersysteem dat je met kracht moet terugduwen wil de grendel ontgrendelen. Maar ons huis had toch minimaal een deur of twaalf (de voor- en achterdeur niet meegerekend) en het was ook niet ons eigen huis maar een huurhuis…

Het grappige was wel dat Tipsy geen dwangmatige deuropener was, maar meer één uit noodzaak. Als het noodzakelijk was om in de afgesloten ruimte een kijkje te nemen (volgens haar dan natuurlijk) dan werd de deur hoe dan ook geopend, anders niet!


Zo sloten wij ’s nachts altijd de huiskamer af. Vanuit de huiskamer kon je via een halletje met een trap naar de bovenverdiepingen. De katten namen we dan mee naar boven en de deur tussen het halletje en de woonkamer werd dan dicht gedaan. Zolang wij boven waren en zolang ze gewoon bij haar kattenbak, de voerbakjes en het speelgoed kon, was er voor haar geen reden om de deur naar de huiskamer te openen.

Op een gegeven moment waren wij laat thuis gekomen van een feestje. Wij hebben direct bij thuiskomst de katten verzameld en zijn snel naar bed gegaan. De volgende ochtend werd Edwin vroeg wakker en liep naar beneden: de tussendeur stond open, evenals de tussendeur naar het halletje bij de voordeur, evenals de voordeur zelf!!! Op de hoek van de eettafel stond onze tv, de stereo en nog een paar waardevolle spulletjes en de katten zaten er bij en keken er naar! Na een snelle inspectie bleek da er (gelukkig!!!) niets mee was genomen! Maar het was ons een groot raadsel wat er nou gebeurd was?!

Een korte tijd later kwam de recherche binnen voor het onderzoek van de inbraak. Wij de katten weer naar boven gestuurd zodat ze niet in de weg zouden lopen en de heren van de recherche met van dat grijze poeder aan de slag. Na een poosje in stilte gewerkt te hebben, klinkt er vanuit het halletje naar de bovenverdiepingen een zwaar gestommel (het geluid dat bij wijze van spreken een volwassen kerel maakt als hij de trap afloopt). Waarop de recherche ons vraagt of wij nog een huisgenoot hebben of zo? “Nou, nee?!” was ons antwoord. Toen ging er bij ons een lichtje op!!! Onder de trap naar boven (vanwege een opknapbeurt een kale houten trap) bevond zich het boilerhok, een holle ruimte die dus als een soort klankkast werkte! Voeg daar aan toe de harde plavuizen in het halletje en je hebt een perfecte versterker van allerlei geluiden. Waaronder het geluid van een klein cypers opdondertje dat in plaats van met poezelige gratie de trap af te lopen, als een soort konijntje met vier poten tegelijk de trap afhupste!!! Een geluid dat de inbreker zeker als de wakker geworden heer des huizes interpreteerde en daardoor zonder buit het hazenpad koos!!! We hebben nog heel vaak hartelijk gelachen om onze kleine waakkat!

  Een ander gevalletje “deuropener” was die keer dat wij net een nieuw huisgenootje hadden aangeschaft: een schattig klein Russisch hamstertje (soort bruin muisje met donkere streepjes en zonder staartje) dat wij de stoere naam Rasputin gaven. Helaas, Rasputin deed zijn naam geen eer aan… Wij moesten namelijk even snel naar het andere filiaal van de dierenwinkel om een bepaald soort kooi op te halen. In de tussentijd hadden we Rasputin in een kartonnen doos op tafel in de huiskamer gezet en de katten boven opgesloten. Toen we een kwartiertje later thuiskwamen zagen we de deur naar boven openstaan. De doos stond op zijn kant gekiept en wij zagen een zaagselspoortje naar boven lopen… Helemaal op zolder zat Nicky (ons rooie en oh, zo domme halfpersje die wij de bijnaam “simpel rood” hadden gegeven) lekker haar lipjes af te likken en van Rasputin hebben wij nooit meer iets teruggevonden! Wat er is gebeurt?
Tja, ongetwijfeld heeft Tipsy de deur geopend om eens bij die spannende doos te kijken. Ook het openen van de doos zal eerder het werk van Tipsy zijn geweest, als van die rooie dakduivel! Maar toen hield het op voor Tipsy: zij zal echt niet geweten hebben wat te doen met zo’n wegrennend dingetje, maar Nicky (alias “de kliko”) wel!!! Ach ja, we hebben de kooi maar weer teruggebracht naar de winkel en zijn nooit meer begonnen aan knaagdiertjes of vogeltjes…


Tegenwoordig hebben we een geheel ander deurfenomeen: de dwangneurose van onze maine coon Smirnoff!!! Beer (zoals wij onze bijna 10 kg wegende Smirnoff liefkozend noemen) kan dichte deuren beslist niet uitstaan!!! En in tegenstelling tot Tipsy is hij niet het Houdini-type, maar meer een soort “Conan the Distroyer”! Geen vernuftige deuropeningmethodes hier, maar het grove ramwerk: als na een paar keer brullen en krabbelen de deur niet wordt geopend voor meneer, dan neemt hij een aanloopje en ramt met zijn schouders net zo lang tegen de gesloten deur, totdat deze ofwel open rammelt, ofwel tot één van ons tweeën aan zijn terreur toegeeft en de deur voor hem opent…

Tja, zoals ik al begon: deuren en katten, een fascinerende combinatie!